Insuline, de rol bij Vetverbranding

Om de rol van insuline te beschrijven begin ik met een korte herhaling van wat ik heb verteld over koolhydraten in blok 2.

Elke koolhydraat wordt uiteindelijk afgebroken tot glucose en fructose. Met uitzondering van de onverteerbare koolhydraten, de voedingsvezels. De glucose komt in het bloed en verhoogd daarmee de bloedglucosespiegel. Ik zeg hier bewust bloedglucosespiegel in plaats van bloedsuikerspiegel. Dit om te voorkomen dat het idee bestaat dat de bloedglucose(suiker)spiegel alleen wordt beïnvloed door suiker. Waar het in werkelijkheid wordt beïnvloed door elke geconsumeerde koolhydraat. Een verhoogde bloedglucosespiegel is toxisch. Het lichaam gaat er alles aan doen dit zo snel mogelijk op te lossen. Het heeft daarvoor 3 mogelijkheden.

  • Direct verbranden van de glucose, onmiddellijk gebruiken als energie
  • Opslaan van de glucose als glycogeen in de spiercellen en lever
  • Opslaan van de glucose als vet in de vetcellen

Door de enorme hoeveelheid koolhydraten in onze moderne voeding is er te veel om direct te verbranden. De glycogeen voorraden zitten nog vol. Het overgrote deel van de geconsumeerde koolhydraten eindigt opgeslagen als vet in de reserves.

 

Het sleutelhormoon in dit verhaal is insuline

Het sleutelhormoon in dit verhaal is insuline. Als de bloedglucosespiegel verhoogt wordt insuline afgegeven door de alvleesklier.  Insuline zorgt onder ander dat glucose uit het bloed opgenomen kan worden door de cellen. Dat doet insuline niet zelf. Insuline stuurt GLUT-4, een transporteiwit in de cel, aan om glucose naar binnen te transporteren. Hiervoor moet insuline hechten op een receptor op de cel.

 

insuline en glut 4

Hoe vaker en hoe meer insuline er in het bloed aanwezig is. Des te minder receptoren zitten er op de celwand. De cel wordt op die manier minder gevoelig voor insuline. Hierdoor is er meer insuline nodig, wat de cel nog ongevoeliger maakt en uiteindelijk resistent voor insuline. De alvleesklier doet zijn best om de productie van zoveel insuline bij te houden, maar kan het uiteindelijk niet aan en raakt uitgeput. Dit is het proces achter diabetes.

 

Een andere belangrijke functie van insuline is het remmen van de vetverbranding door te voorkomen dat vrije vetzuren kunnen worden vrijgegeven door vetcellen. Omdat een hoge bloedglucosespiegel toxisch is en de eerste oplossing is het verbranden van de glucose voor de energiebehoefte zou het dom zijn in die energiebehoefte te voorzien door vetverbranding en te blijven zitten met een toxische bloedglucosespiegel.

 

Met andere woorden als we de hele dag eten, gezond of ongezond, dan is de hele dag het systeem bezig met het verteren. De alvleesklier raakt uitgeput. Diabetes is het uiteindelijke gevolg. Daarnaast komen we nooit toe aan de verbranding van de reserves.

 

Je begrijpt nu dat het onmogelijk is je vetreserves te verbranden en af te vallen als je vaak en veel koolhydraten eet.

 

Eerst bewegen dan eten!

Als we bewegen dan komt GLUT-4 transporter naar de celwant zonder de invloed van insuline. Het lichaam weet dat er voor bewegen brandstof nodig is. Door eerste bewegen en dan te eten is er veel minder insuline nodig om dezelfde hoeveelheid glucose op te nemen uit het bloed.

 

Intermittent fasting

Naast bewegen is er nog een andere simpele oplossing. Eet minder vaak op de dag en eet in een kleiner tijd slot. Eet bijvoorbeeld maximaal 8 uur op een dag en vast minimaal 16 uur. Praktisch komt dit bijvoorbeeld neer op eten van 10:00 tot 18:00 en vasten van 18:00 tot 10:00.

 

Vasten is de simpelste en goedkoopste leefstijl interventie