Inleiding
Ik had laatst een bijzonder gesprek. Iemand zei: “Vet is hartstikke verslavend, kijk maar naar de vetzucht. Zo enorm veel mensen zijn dik. Waarom zouden ze anders blijven eten als vet niet verslavend was? Neem nou chips, dat is toch hartstikke vet en iedereen eet daar te veel van.”
Een redenering die op het eerste gehoor best overtuigend klinkt. Maar zoals wel vaker bij van die ogenschijnlijk logische plaatjes, begint het met iets wat iedereen kan zien: chips zijn vet, mensen eten veel chips, mensen worden dik. Het eindigt in een gekunstelde sprong naar de conclusie dat vet dus wel verslavend moet zijn en DE dikmaker is. Dat terwijl er nog zoveel andere variabele in het zakje drijven.
Demonisatie van vet
Die logica komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Het is het gevolg van dat vet decennialang de gebeten hond is geweest in het voeding- en gezondheidsverhaal. Sinds de jaren ’70 werd het publiek verteld dat vet de vijand was: het zou je dik maken, je aderen verstoppen, je hart belagen. Het tijdperk van vetarme dieetproducten brak aan. Margarine en halvarine werden gepresenteerd als levensreddende alternatieven voor het levens ‘gevaarlijke’ roomboter. Hele generaties leerden met lichte paniek naar een vet plakje kaas te kijken. Wat men toen gemakshalve vergat, of misschien nooit echt onderzocht had, was dat deze vetangst niet gestoeld was op robuuste kennis, maar op slecht uitgevoerde studies, politieke belangen en een gezonde dosis lobby. Intussen stroomden de supermarkten vol met vetarme producten, waar steevast extra suiker, zetmeel of smaakversterkers aan waren toegevoegd om de smaak enigszins te redden. En zie daar: we werden niet gezonder, maar dikker. Veel dikker. Met diabetes. De ironie is dat terwijl vet in het beklaagdenbankje zat, suiker ongehinderd de voordeur binnen wandelde.
"The Remnant of the LIE"
Wat het wranger maakt, is dat de officiële richtlijnen inmiddels grotendeels zijn bijgedraaid. De felle waarschuwingen tegen vet, zoals die decennialang vanuit de voedingsvoorlichting en de medische wereld over ons werden uitgestort, zijn in stilte afgezwakt. Alleen transvetten en gelukkig tegenwoordig ook steeds meer de geraffineerde plantaardige oliën krijgen nog terecht een rode kaart. Maar wat zegt men bij de huisarts of de buurvrouw aan de keukentafel? “Pas op met vet.” De Amerikaanse arts Ken Berry noemt dit treffend “the remnant of the lie” , de overblijfselen van een voedingsleugen die ooit als dogma werd verspreid en nog steeds doorwaart in spreekkamers en supermarktgangen. Het laat zien hoe langzaam een systeem zich herstelt van een denkfout. En hoe hardnekkig slechte adviezen kunnen zijn als ze genoeg tijd hebben gehad om in te dalen.
Een evolutionaire voorkeur
Nu bekijk ik voeding door een iets andere bril. Vanuit een orthomoleculaire en oervoeding of paleo geïnspireerde hoek zie ik vet niet als de kwade in onze voeding, maar als een essentiële en onmisbare bouwsteen van het lichaam en de energiebron. Kokosolie, olijfolie, roomboter, je zult mij er niet op betrappen dat ik een pot ervan sta te uit lepelen en niemand anders ook. Ondanks dat ik gek ben op vet. En dat is precies het punt.
De vraag is: is er zoiets als een vetverslaving? En zo ja, hoe ziet die eruit? Of zijn we gewoon collectief verslaafd aan voedsel dat toevallig ook vet bevat zoals chips, croissantjes, pizza en ijs?
Een evolutionaire voorkeur hebben voor zoet, vet en zout is wat anders dan een verslaving.
Laat ik het kort zeggen: vet alleen is geen verslaving. Je ziet mensen zelden bezeten raken van een lepel ghee. Vet is verzadigend, letterlijk en figuurlijk. Wat je wel ziet, is dat wanneer vet wordt gecombineerd met suiker en zout in een extreem bewerkte context, in de voedingsindustrie ook wel “hyper palatable” genoemd, het brein even op tilt slaat van zo’n smaaksensatie.
Die smaak voorkeur komt overigens geen toeval. Onze voorkeur voor vet, zout en zoet is evolutionair bepaald, maar niet simpelweg omdat het om snelle energie ging. Deze smaken fungeerden als richtingaanwijzers in een omgeving waar voedsel niet voorverpakt op ooghoogte lag. Zoet wees op rijpe vruchten of honing. Zeldzaam, veilig, rijk aan energie, ja, maar ook vol vezels, vitaminen en antioxidanten. Vet kwam niet in de vorm van industrieel frituurvet, maar via noten, zaden, eieren of het vet van wilde dieren Allemaal bronnen van eiwit, vetoplosbare vitaminen, cholesterol (een belangrijke bouwsteen voor hersenen en hormomen) en essentiële vetzuren. Zout vond je niet als geraffineerd keukenzout, maar als een schaars mineraal samen met bijvoorbeeld kalium en magnesium. Het is te vinden in bloed, zeewier of natuurlijke zout(mineraal)afzettingen. Het was en is cruciaal voor onder andere hydratatie, zenuwfunctie en spierwerking.
Extreem bewerkte vulling
Onze oerdrift naar deze smaken was een briljant systeem waarmee het lichaam zichzelf stuurde naar de plekken waar het kon halen wat het nodig had. Maar in de wereld van nu is die plek binnen handbereik en zijn die oude signalen losgeraakt van hun natuurlijke context. We proeven nog steeds zoet, vet en zout maar wat we binnenkrijgen is energie zonder nutriënten. Vulling zonder inhoud. Extreem bewerkt eten dat qua smaak het brein gerust stelt, maar qua inhoud het lichaam tekort doet. En dat is geen evolutionair falen, maar een moderne misleiding.
En daar begint het mechanisme van overeten. Omdat extreem bewerkt voedsel wel vult, maar niet voedt, blijft het lichaam in zekere zin hongerig. Het brein zoekt door naar micronutriënten, naar verzadiging, naar een gevoel van “genoeg”. Dus komt er meer. Meer van hetzelfde. En omdat het opnieuw die bewerkte hap is die voorhanden is snel, goedkoop, verleidelijk wordt het een vicieuze cirkel. Het resultaat? Een paradoxaal lichaam: obesitas en ondervoed tegelijk.
Dus nee, vetzucht is geen lust(verslaving) naar vet. Het is een patroon van overeten. En ja, dat moet er even dik bovenop: overeten. Dat is de open deur die zo vaak wordt omzeild uit beleefdheid en politieke correctheid. Maar mensen worden dik omdat ze meer eten dan ze nodig hebben en dat lukt vooral met voedsel dat ontworpen lijkt te zijn om geen echte verzadiging te geven.
Verslavend
Maar voeding kan wel degelijk verslavend zijn. Suiker, vooral in zijn geraffineerde vorm, speelt hierin een belangrijke rol. Niet alleen omdat het energie levert zonder enige vorm van voedingswaarde, zoals in de alinea hierboven besproken. Maar juist omdat het ons beloningssysteem in ons brein aanspreekt. Elke hap geeft een dopamineshot, een kortstondig gevoel van “ja!” gevolgd door een “meh” dat snel vraagt om meer. Niet veel anders dan een gokautomaat. Anders dan vet, spreek suiker en andere bewerkte koolhydraten inderdaad een verslaving mechanisme aan.
En dan is er nog het onderbelichte hoofdstuk van de exorfines, opioïde-achtige stoffen uit bepaalde voedingsmiddelen zoals gluten (tarwe), caseïne (zuivel) en soja. Exorfines hechten op de endorfine receptoren. Ze geven daarmee een gelijke reactie als de lichaamseigen endorfine. Endorfine zijn natuurlijke opioïden. Het endorfinesysteem is betrokken is bij het reguleren van pijn en het ervaren van een gevoel van welzijn, geluk en euforie. Het is dan ook niet zo gek dat voeding rijk aan exorfines als comfort food wordt ervaren. Zo raken we makkelijk emotioneel verbonden aan voeding die negatieve effecten hebben op onze gezondheid.
Slot
Vet zelf is geen stof die pieken en dalen veroorzaakt in het dopamine- of endorfinesysteem zoals bijvoorbeeld suiker dat doet. En op die manier is er geen verslavingsgevoeligheid voor vet. De eeuwige discussie over vet verlegt de aandacht van wat werkelijk gebeurt: een verslaving aan extreem bewerkte voeding (vulling) die het brein kaapt, het verzadigingsgevoel saboteert en het lichaam uitput. Vet is daarin niet de kwade. Het is eerder een (onschuldige) bijrijder.
Als het gaat over overgewicht hebben we het niet over te veel bot massa of te veel spieren. Nee, we hebben het dan over te veel vetweefsel. Maar te veel vet hebben komt niet door vet te eten. Het komt door te veel te eten.
Dus de volgende keer dat iemand zegt dat vet verslavend is, kun je gerust zeggen: “Vet op zichzelf? Nee joh. Maar combineer het met suiker, zout en een marketingafdeling en je krijgt iets waar je moeilijk vanaf kunt blijven.”
