Over voedselveiligheid, extreem bewerkt eten en de illusie van vooruitgang
We leven met een geruststellende gedachte:
als iets verkocht mag worden, zal het wel goed zijn.
Zeker als het in de supermarkt ligt.
Zeker als het voedselveilig is verklaard.
Die aanname is diepgeworteld. We vertrouwen erop dat vooruitgang betekent dat we betere keuzes maken dan vroeger. Dat wat ooit misging, inmiddels is opgelost. Maar die gedachte is gevaarlijk simpel.
Vandaag zien we diezelfde denkfout terug in extreem bewerkt eten in de supermarkt. Alles is voedselveilig verklaard. Alles mag verkocht worden. En dus nemen we aan dat het ook goed voor ons is.
De anekdote – het veilige gevoel van geschiedenis
Ik zit aan het kerstdiner. Iemand vertelt enthousiast over een boek dat hij leest, een historisch verhaal. Over bierproductie. Over hoe bier vroeger veiliger was dan water, omdat water vol bacteriën zat. Bij de productie van bier bleef afval over. Bierbostel het uitgekookte graan (meestal gerst) dat overblijft na het brouwen en die werd aan koeien gevoerd. Dat bleek geen goed idee. Bierbostel is goedkoop en energierijk, maar arm aan bouwstenen en micronutriënten.
De koeien werden slap, ziek, gaven slechte melk. De melk werd verdund en daarna weer ‘gecorrigeerd’ met krijt of gips en zetmeel om haar voller te laten lijken. En die ‘melk’ werd aan kinderen gegeven. Veel kinderen werden ziek. Veel kinderen haalden het niet.
Het verhaal eindigt zoals dit soort verhalen altijd eindigen:
“Wat een wantoestanden hè, vroeger.”
Ik denk en zeg:
“Maar het is nu toch helemaal niet zo anders?”
Stilte. Blikken. Een mengeling van ongeloof en ongemak.
De reflex: vroeger dom, nu slim
Die reactie aan tafel is interessant. Niet omdat mensen ongelijk hebben over het verleden, dat was vaak schrijnend, maar omdat we blijkbaar diep vanbinnen geloven dat: wat in geschiedenisboeken staat, afgesloten is.
Alsof vooruitgang (in tijd) automatisch betekent dat we betere keuzes maken.
Alsof ‘nu’ per definitie slimmer, veiliger en gezonder is dan ‘toen’.
Maar wat als dat niet klopt? Wat als het probleem toen niet onwetendheid was, maar prioriteiten?
Toen ging het niet om gezondheid en nu ook niet (altijd)
Toen:
- Water was onveilig → bier was praktischer
- Afval moest weg → koeien kregen het
- Slechte melk → verdikken → verkopen
Niet omdat mensen dom of bewust kwaadwillend waren. Maar omdat beschikbaarheid, efficiëntie en economie wonnen van gezondheid.
En nu?
We leven zeker niet in een wereld waar gezondheid het hoogste doel is. We leven in een wereld waar schaalbaarheid, houdbaarheid en winst leidend zijn.
Dat is misschien niet een wereld waarin je zou willen leven en het voelt ongemakkelijk om te zeggen. Maar het verklaart wel veel.
De moderne mythe: “als het verkocht wordt, zal het wel goed zijn”
Dit is misschien wel het grootste verschil tussen toen en nu: wij hoeven niets meer zelf te maken. En vertrouwen op de wettelijke voorschriften voor veiligheid. Maar:
- Veilig ≠ gezond
- Toegestaan ≠ optimaal
- Wettelijk ≠ fysiologisch logisch
De supermarkt is geen gezondheidsinstituut. Het is een distributiekanaal. En de fabrikanten en producenten zijn niet bezig met:
“Wat is goed voor het menselijk lichaam?”
Maar:
“Wat kan juridisch, technologisch en economisch?” En alles wat daarbinnen past, mag het schap in.
Geen krijt meer, maar wel dezelfde gedachte
Nee, we dikken melk niet meer aan met krijt of gips. Maar we verdikken, stabiliseren, emulgeren en aromatiseren erop los. Zeker in de alternatieve plantaardige nep melk.
Niet omdat dat per se gezond is. Maar omdat het nodig is om iets verkoopbaar te maken dat van zichzelf die eigenschappen niet (meer) heeft. Andere middelen. Dezelfde denkrichting.
Het probleem is niet één ingrediënt. Het probleem is het idee dat alles wat technisch kan, ook logisch is voor het lichaam.
Extreem bewerkt eten: niet alleen wat erin zit, maar vooral wat ontbreekt
De vergelijking met vroeger stopt niet bij toevoegingen. Sterker nog: dat is vaak waar de aandacht te snel naartoe gaat.
Extreem bewerkt eten is niet alleen problematisch omdat er dingen aan worden toegevoegd. Het is minstens zo problematisch door wat eruit is gehaald.
Net als bij die koeien op brouwersafval.
Ze kregen energie.
Ze kregen volume.
Maar ze kregen geen bouwstenen.
En dat patroon zien we vandaag opnieuw.
Energie genoeg, voeding tekort
Extreem bewerkt eten levert:
- Calorieën
- Structuur
- Smaak
- Houdbaarheid
Maar het mist:
- Micronutriënten
- Biologische context
- Natuurlijke verzadiging
- Informatie voor het lichaam
Geen volwaardig eiwitprofiel. Geen mineralen in hun natuurlijke verhouding. Geen micronutriënten die nodig zijn voor herstel, hormoonhuishouding en weerstand.
Het gevolg is geen acute vergiftiging. Het gevolg is iets sluipenders: slapte, verminderde vitaliteit en verminderde mentale capaciteit.
En daar sluit de cirkel met vroeger
Toen werd melk verdund en gecorrigeerd. Nu wordt voeding gestript en gereconstrueerd. Oftewel geraffineerd en verrijkt.
We optimaliseren voor productie, niet voor vitaliteit. En noemen het vooruitgang zolang niemand er acuut ziek van wordt. Sterker nog we noemen het voedselveiligheid omdat er niemand acuut ziek van wordt. Maar we vergeten de leefstijlziektes die in de toekomst liggen.
Waarom dit schuurt (en waarom dat logisch is)
Mijn opmerking aan tafel werd niet ontvangen als een interessant perspectief. Maar als een verstoring.
Omdat het raakt aan iets waar we ons aan vasthouden:
het idee dat we nu veilig zitten. Dat we het beter doen. Dat iemand anders hierover heeft nagedacht, zodat wij dat niet hoeven.
Maar gezondheid is nooit een automatisch bijproduct van vooruitgang geweest. Niet toen en niet nu. En je moet je gezondheid nooit in handen leggen van iemand anders.
Open einde
Misschien is de grootste misvatting dat gezondheid vanzelf ontstaat zodra technologie en regelgeving dat toelaten. Dat we niet meer ziek zijn, zodra er een medicijn is.
En misschien is de belangrijkste les uit de geschiedenis niet dat het vroeger slecht was… maar dat we telkens opnieuw dezelfde fout maken, in de hoop dat deze keer de verpakking het probleem wel oplost.
