Koolhydraten stapelen voor een marathon: mythe of noodzaak?

koolhydraten stapelen

Moet je koolhydraten stapelen voor een marathon, lange wielertocht of je uurtje spinnen op zondag ochtend? Is een groot bord pasta de avond ervoor echt nodig voor “snelle energie”? Veel sporters geloven dat je zonder extra koolhydraten leegloopt. Maar klopt dat wel? In dit artikel leg ik uit wat koolhydraten stapelen betekent, hoe energieproductie in het lichaam werkt en wanneer koolhydraten wel en niet functioneel zijn bij duur- en intensieve sport.

Wat bedoelen we eigenlijk met koolhydraten stapelen?

Het klinkt logisch. De avond voor een marathon een groot bord pasta, want “snelle energie”. In de praktijk is dit een vaag begrip dat meerdere misverstanden door elkaar haalt.

Koolhydraten “stapelen” suggereert dat je je brandstof onbeperkt kunt opslaan. Dat kan niet. Het lichaam slaat koolhydraten op in twee vormen: glucose in het bloed en glycogeen in spieren en lever. Die opslag is beperkt. Spier- en leverglycogeen samen komen grofweg neer op 400–600 gram, afhankelijk van lichaamsgrootte en trainingstoestand. Is die voorraad vol, dan gebeurt er iets anders: de extra glucose wordt omgezet in vet.

Die voorraad glycogeen is doorgaans al vol. De moderne mens eet ongeveer 140 kg koolhydraten per jaar (lees mijn blog: koolhydraten en de oermens).

Als je met stapelen bedoelt: mijn glycogeen maximaal vullen, dan is dat alleen relevant als je die voorraad net daarvoor daadwerkelijk leeg heb gemaakt. En dat is bij de meeste recreatieve sporters simpelweg niet het geval. Zeker niet als je de dagen ervoor “normaal” eet.

En als je met stapelen bedoelt: nog even extra eten “voor de zekerheid”, dan stapel je vooral vetmassa. Niet je prestatie.

Koolhydraten zijn geen energie, maar brandstof

Koolhydraten zijn geen energie. Ze zijn brandstof.

Energie is wat vrijkomt wanneer brandstof wordt omgezet. In het lichaam gebeurt dat via biochemische processen waarbij uiteindelijk ATP (adenosinetrifosfaat) wordt gevormd. ATP is de directe energiedrager. Niet glucose, vet en zeker niet eiwit.

Glucose, vetzuren en ketonen zijn potentiële energie, opgeslagen in chemische bindingen. Pas wanneer ze in de mitochondriën worden geoxideerd, komt er bruikbare energie vrij.

Dat onderscheid is belangrijk, omdat het veel verwarring oplost.

Wanneer iemand zegt: “Ik heb snelle energie nodig,” bedoelt hij meestal: “Ik heb snel beschikbare brandstof nodig.” Maar zelfs dat is onvolledig. Het lichaam werkt niet met een tank die leegloopt en weer gevuld moet worden. Het werkt met gereguleerde systemen waarin beschikbaarheid, hormonale sturing (zoals via insuline), enzymactiviteit en trainingsadaptatie bepalen welke brandstof wordt gebruikt.

Dus:

  • Energie = ATP
  • Brandstof = glucose, vetzuren, ketonen
  • Koolhydraten = één van de mogelijke brandstoffen

En zelfs daarbinnen geldt: glucose in het bloed is geen directe energie. Het moet eerst worden opgenomen, verwerkt, omgezet en uiteindelijk via glycolyse, citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering leiden tot ATP-productie.

Dat is precies waarom de uitspraak “ik heb koolhydraten nodig voor energie” te kort door de bocht is. Wat iemand eigenlijk zegt is: “Mijn systeem is afhankelijk geworden van glucose als primaire brandstof.”

“Snelle energie” is niet hetzelfde als hoge glycemische index

“Snelle energie” van de avond ervoor?

Nog zo’n term die vaak rondzingt. De koolhydraten die je de avond voor een wedstrijd eet, zijn bij de start geen snelle energie meer. Ze zijn verteerd, opgenomen, opgeslagen of al verbruikt. Snelle energie is een term die alleen zin heeft tijdens inspanning, niet 12 uur eerder aan de keukentafel.

Wat je niet door elkaar moet halen: snelle energie versus snel verteerbare koolhydraten.

“Snelle energie” wordt vaak gelijkgesteld aan koolhydraten met een hoge glycemische index (GI). Dat is fysiologisch onjuist. De snelheid waarmee een brandstof beschikbaar komt, is iets anders dan de snelheid waarmee een brandstof verbrand kan worden.

Koolhydraten met een hoge GI worden snel verteerd en snel opgenomen in het bloed. Dat betekent: snelle stijging van de bloedsuikerspiegel en een bijbehorende insulinepiek. Dat zegt niets over hoe geschikt die energie is voor jouw type inspanning, noch over hoe lang je er iets aan hebt.

Snelle energie in de context van fysiologie betekent: een energiesysteem dat snel ATP kan leveren.

De verwarring ontstaat omdat koolhydraten snel verbrand kunnen worden, niet omdat ze lang beschikbaar blijven. Dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Wat gebeurt er bij een hoge bloedsuiker?

Een verhoogde glucosespiegel is toxisch. Het lichaam heeft drie opties om dit op te lossen:

  1. Direct gebruiken als energie.
  2. Opslaan als glycogeen in de spiercellen en lever.
  3. Opslaan als vet.

Dit laatste, opslaan als vet, is overduidelijk het geval als je een paar flinke borden pasta eet en daarna ’s avonds op de bank gaat liggen en je bed in kruipt.

Duursport draait primair op vet, niet op suiker

Een marathon, lange wielertocht of trailrun speelt zich, als het goed is, grotendeels af in het aerobe energiesysteem. Dat betekent: voldoende zuurstof, lage tot matige intensiteit en dus vooral vetverbranding.

Vet is bij uitstek geschikt voor lange duur:

  • we hebben er enorme voorraden van
  • de energiedichtheid is hoog
  • het systeem is stabiel zolang zuurstof beschikbaar is

Zelfs een slank persoon draagt tienduizenden kilocalorieën aan energie met zich mee in de vorm van vet. Daar kan geen pasta-avonddiner tegenop.

Maar je bent goed in wat je doet. Dat geldt ook voor welke brandstof je gebruikt. Wanneer iemand zijn lichaam heeft “getraind” om vrijwel uitsluitend koolhydraten te gebruiken, voelt vetverbranding traag en onbetrouwbaar.

Waarom gelletjes en bananen logisch voelen tijdens het fietsen

Veel sporters ervaren dat ze moeten blijven eten tijdens duurinspanning. Niet omdat het objectief nodig is, maar omdat hun bloedsuiker anders snel daalt.

Dat komt door dit mechanisme:

  • veel koolhydraten → hoge bloedsuiker
  • hoge bloedsuiker → hoge insuline
  • hoge insuline → rem op vetverbranding

Voor lange duurinspanning geldt juist dat je stabiliteit wilt, geen schommelingen. Een constant hoge bloedsuiker en bijbehorende insulinepiek werken averechts, omdat ze de vetverbranding remmen en je afhankelijk maken van externe aanvoer.

Zodra de aanvoer stopt, zakt de bloedsuiker weg en voelt men zich leeg, slap of “hongerig”. Dat is geen energietekort, dat is metabole inflexibiliteit.

Het lichaam is vergeten hoe het vet als primaire brandstof moet gebruiken.

Koolhydraten stapelen bestaat niet, vetadaptatie wel

Koolhydraten kun je niet onbeperkt opslaan. Vetverbranding kun je wel trainen.

Dat vraagt geen magische truc, maar een andere aanpak:

  • minder frequente koolhydraatinname
  • periodes zonder eten (intermittent fasting)
  • stoppen met constant “knabbelen”

Hiervoor hoef je koolhydraten niet volledig te schrappen. Ze zijn een hulpmiddel bij hoge intensiteit, niet de basis van elk uur van de dag.

Belangrijk: dit is geen advies om komende zondag ineens nuchter een lange tocht te rijden als je dat nooit doet. Vetadaptatie vraagt tijd. Het is eerder afbouwen dan opbouwen: minder toegeven aan suikerdrang, minder afhankelijkheid van snelle prikkels en je dopamine-shot.

Wanneer zijn koolhydraten wel functioneel?

Bij explosieve of zeer intensieve inspanning, denk aan HIIT, sprinten, zware krachttraining, CrossFit-achtige prikkels of korte beklimmingen op maximale inspanning is het anaerobe energiesysteem dominant. In dat systeem speelt glucose en glycogeen een belangrijke rol. Omdat vet daar simpelweg te traag is. Vetverbranding vraagt zuurstof en tijd. Bij korte, maximale inspanning is die tijd er niet. Daar winnen koolhydraten het.

Dus ja:

  • bij HIIT
  • bij herhaalde sprints
  • bij zware sets krachttraining
  • bij wedstrijdmomenten met piekbelasting

hebben koolhydraten functionele waarde.

Zijn koolhydraten noodzakelijk?

Kort antwoord: nee, fysiologisch zijn ze niet noodzakelijk.

Het lichaam heeft een minimale glucosebehoefte, met name voor rode bloedcellen en bepaalde delen van het centrale zenuwstelsel. Maar dat betekent niet dat je die glucose uit voeding moet halen. Het lichaam kan zelf glucose aanmaken via gluconeogenese, voornamelijk uit aminozuren, glycerol en lactaat.

Daarom kunnen mensen op een ketogeen of carnivoor dieet prima functioneren. Hun lichaam:

  • verhoogt vetoxidatie
  • produceert ketonen
  • maakt zelf glucose waar nodig
  • verlaagt afhankelijkheid van externe koolhydraten

Er bestaat geen essentiële koolhydraat. Er bestaan wel essentiële vetzuren en essentiële aminozuren. Dat is een fundamenteel biologisch onderscheid.

Dat gezegd hebbende: niet noodzakelijk is niet hetzelfde als nooit functioneel.

Bij zeer intensieve, anaerobe inspanning kan een hogere glycogeenbeschikbaarheid prestatievoordeel geven. Het is zonder koolhydraten niet onmogelijk, maar omdat het glycolytische systeem efficiënter werkt wanneer glycogeenvoorraden hoog zijn.

Dus de nuance is:

  • Voor overleving: niet noodzakelijk
  • Voor metabole gezondheid: vaak gunstig om ze te beperken
  • Voor lange duurinspanning: niet nodig mits vetadaptatie aanwezig is
  • Voor hoge intensiteit: potentieel prestatieverhogend

Koolhydraten zijn dus geen vereiste brandstof. De vraag is in welke context ze strategisch zinvol zijn.

De echte vraag achter koolhydraten stapelen

De vraag is niet: hoeveel koolhydraten moet ik eten voor mijn wedstrijd?

De echte vraag is: hoe flexibel is mijn energiehuishouding?

Een lichaam dat goed vet kan verbranden:

  • heeft geen voeding nodig tijdens inspanning
  • kent stabielere energie
  • herstelt vaak beter
  • komt minder snel “de man met de hamer” tegen

Tot slot

Koolhydraten stapelen is een mythe die is blijven hangen uit een tijd waarin we dachten dat suiker de brandstof was voor prestatie. Inmiddels weten we beter. Duurprestaties vragen om een goed getraind vetsysteem, niet om een overvolle pastapan.

De ironie? Wie stopt met stapelen, houdt vaak meer energie over.

En ja, dat geldt ook voor die zondagmorgen op de racefiets.

Laatst bijgewerkt op: 2 maart 2026
Facebook
LinkedIn
Email
X
Winkelwagen
Scroll naar boven

ebook: een Weekmenu om af te vallen

7 dagen | 21 recepten

Bonus: mini cursus gezond afvallen
14
--
  • Volledig uitgeschreven recepten
  • 1500 kcal per dag
  • Boodschappenlijst

ebook: een Weekmenu om af te vallen

7 dagen | 21 recepten

Bonus: mini cursus gezond afvallen
14
--
  • Volledig uitgeschreven recepten
  • 1500 kcal per dag
  • Boodschappenlijst
Nieuwsbrief

Gratis E-book

9 heerlijke Paleo Proof recepten
voor 3 gezonde dagen.
Zo simpel kan gezond eten zijn